Opportuniteitsbeginsel

(stock.xchng)Het opportuniteitsbeginsel heeft het uitgangspunt dat een officier van justitie zelf beslist of een strafbaar feit vervolgd wordt. Als hij beslist om niet te vervolgen, kan een belanghebbende daarover een klacht indienen bij het gerechtshof met het verzoek alsnog opdracht te geven tot vervolging.


Lees ook:Voorwaardelijke straf
Lees ook:Hulpofficier van justitie
Lees ook:Niet-ontvankelijk
Lees ook:Maurice de Hond vervolgd
Lees ook:Gevangenhouding

Heb jij Recht.Blog nog steeds niet toegevoegd aan je Google homepage of Reader? Klik hier!


  • Geplaatst door Ank op 14 mei 2006 om 16:59

    Dat is de zogenaamde artikel 12 procedure. Deze belanghebbende moet echter wel aan kunnen tonen dat hij daadwerkelijk een direct belanghebbende is!

  • Geplaatst door Marc op 22 mei 2006 om 20:18

    Art 12 Wetboek van strafvordering is een controlemechanisme op de opportuniteit en het vervolgingsmonopolie, die de OvJ heeft krachtens 167 jo. 242 Wetboek van Strafvordering. Natuurlijk is deze opportuniteit, mijns insziens, niet wenselijk. Doch achtte de wetgever het wel degelijk wenselijk. Zijn argumenten waren ondermeer:
    - een vermeerdering van strafzaken is niet wenselijk
    - particuliere vervolging werkt chantage in de hand
    - de rechter is onpartijdig en neutraal.

    Deze bovenstaande afweging is te lezen in de MVT. Om toch tegemoet te komen aan de bezwaren, heeft men naast artikel 13, art 12 ingevoerd.

    In het Zeeuwse motorrijder arrest heeft de HR bepaalt dat naast de niet vervolging van de OvJ, de directe belanghebbenden ook de gang naar het gerechtshof kunnen maken, wanneer zij het wenselijk achten dat de verdachte voor een ander delict vervolgd wordt. Voorwaarden van het artikel dus op een rij:
    v1 directe belanghebbende, mede verstaan een rechtspersoon
    v2 geen vervolging, niet verdere vervolging of onjuiste vervolging.

  • Geplaatst door meral op 10 juli 2010 om 14:14

    Jammer dat zo’n uitleg altijd zo ingewikkeld wordt neergezet whaha.

  • Geplaatst door mbts op 26 februari 2011 om 8:44

    Ten tweede geldt het bovenstaande alleen wanneer het artikel 19-besluit rechtstreeks gekoppeld is aan een bouwvergunning. In de praktijk wordt ook gebruik gemaakt van artikel 19 WRO om alleen een planologische vrijstelling te verlenen mbt sko zonder dat tevens (direct) een bouwvergunning wordt verleend. In die gevallen is artikel 49 lid 5 van de Woningwet niet van toepassing en moet dus altijd een zienswijze worden ingediend.

Geef een reactie